DREAM

2/22/2026

Since the beginning of this year, I have been playing the flute with the Desert Winds Symphony Orchestra in my hometown of Palm Springs. It's always good to start fresh things in the new year, and I was actually allowed to join: 2nd flute. When printing the sheet music for the spring concert at the end of March, I realized it was going to be quite a challenge; it looked pretty daunting, with the number of flats varying from one to six, interspersed with just as many sharps, and there were a lot of high notes (always tricky). On top of that, I hadn't touched my flute in about twenty years, my fingers were stiff, the scales that had once come so naturally were faltering, and my lips had to get used to my old embouchure.

After the first rehearsal, I knew for sure: this is going to be hard work. The size of the orchestra was overwhelming. The percussion section was enviable and professional (percussion is my first instrument, but they had enough percussionists when I signed up), including a large set of timpani, a vibraphone, marimba, and xylophone; a glockenspiel, wood blocks, and of course drums of all shapes and sizes. In front of them sat the large wind instruments, the trombones, trumpets, horns, saxophones, clarinets, oboes, and bassoons, and at the very front, the flutists. For a few days, I hesitated and told myself that I no longer needed this kind of performance pressure at my age, but the conductor and my fellow musicians were kind and put me at ease with a soothing “take your time, it'll be fine.”

We have now had a number of rehearsals and I am starting to enjoy it, which is not to say that I am there yet. Being carried away by such a large orchestra while we play is not only new, but also soothing. You meet new people and for once it is not about the terrible situations in this country and the rest of the world. If there was anything I needed, it was that.

The daily rhythm of taking the flute out of its case at home and working on specific pieces and passages gives my life new meaning. Whether the neighbors are just as happy about it, I don't know. In the car, I listen to the pieces in a playlist to get to know them well. Slowly but surely, making music is becoming important in my life again. Wonderful!

I am so absorbed in it that it might be time to slow down a bit, for my own health. Last night, this manifested itself in a panicky dream from which I woke up in amazement:

Rehearsal begins. Everyone takes their place behind their music stands. Some use old-fashioned ring binders, others large tablets. Around me, everyone is warming up their instruments, creating a cacophony of sound. I have my flute case on my lap and when I open it, I am shocked: it is empty. What? How is that possible? Did I leave it at home? No!

I look at my neighbor, who sees the panic in my eyes.

“It's empty,” I say. “I don't understand.”

“Oh boy,” she says and shrugs her shoulders.

I sit like a statue staring at my empty case and slowly realize that I can leave again. I put my binder back in my backpack.

“Wait,” she says. “You can use this one.” She pulls out an ancient wooden flute, one that also seems ridiculously larger than the modern ones.

“Okay,” I say and take it. I try to get a sound out of it. My fingers have to be further apart on the holes, because this flute is not only bigger but has holes instead of keys. I manage to get a little sound out, except for the bottom two. I can't get those notes out.

The conductor taps his music stand and calls everyone to order. “Can I hear a B flat from everyone?” he asks. Not everyone listens right away.

“I can't get that D and C out,” I say to my neighbor.

“I know,” she says, “I always have that problem too.” She puts her flute to her mouth and plays a beautiful round B flat.

I try a few more times to play the thing, but I can't do it. Then I put it on the floor and give up.

The next moment, I arrive home. It's not our house, but some kind of basement. When I walk into the hallway, my flute is gleaming in its stand.

“Well, that was really clever of me,” I call out to Geno, my husband. I hear a vague reply from his room and understand that he put the flute there for me, in case I came to get it. But I'm not going back. It's a half-hour drive, so I'll have missed an hour by then.

I sink into a chair, pick up my flute, and play some scales. Then, out of the corner of my eye, I suddenly see my other flute, the one I traded in years ago. Oh yes, I still had that one, I remember. Let's play that again. At first it plays nicely, but then I remember why I traded it in and grab my new one. It's much more in tune.

I play a triad, C-F-C. From a low C to a high C with an F in between. I repeat the triad. It sounds good. In tune. See, my old sound is back again. I keep playing it, the same three notes over and over.

Then I wake up and my alarm goes off. It's 6 a.m. The three notes on my flute merge seamlessly into the three notes of my alarm: C-F-C, the same notes, repeating endlessly.

I lie in bed, bewildered, listening. Geno groans and pulls the sheet over his head. “Ziggy, stop!” I shout, because we call our Alexa Ziggy.

 

Later, I was trying to figure out how something like that could happen. Then I decided to write this blog about it. My brain somehow knew the alarm was coming, and in my dream I was already playing it on my flute. But how does that work, with such exact timing?

Of course, it's not unique. People often wake up just before the alarm goes off. My dream made it a little more unique.

I remember in the days of the clock radio, I once woke up just before it went off with a song in my head. When the alarm went off, that song was playing on the radio.

Would you like to share your experience or do you have something meaningful to say about it? I'd love to hear from you.

https://www.psdesertwinds.org/

If you enjoy my writing, check out my fiction and nonfiction on this website.

 

 





DROOM


Sinds begin dit jaar speel ik dwarsfluit bij het “Desert Winds Symphony Orchestra” in mijn woonplaats Palm Springs. Het is altijd goed om aan frisse dingen te beginnen in het nieuwe jaar en ik mocht zowaar aansluiten: 2e fluit. Bij het printen van de muziekstukken voor het voorjaarsconcert, eind maart, viel het me op dat het een pittige uitdaging ging worden; het zag behoorlijk zwart, het aantal mollen varieerde van één tot zes, afgewisseld door evenveel kruisen, en er waren veel hoge noten (altijd lastig). Daarbij kwam dat ik mijn dwarsfluit een jaar of twintig niet had aangeraakt, de vingers waren stroef, de ooit vanzelfsprekende toonladders haperden en mijn lippen moesten wennen aan mijn oude embouchure.

Na de eerste repetitie wist ik het zeker: dit wordt aanpoten. De grootte van het orkest was overweldigend. De batterij aan percussie was jaloersmakend en professioneel (percussie is mijn eerste instrument, maar ze hadden genoeg percussionisten toen ik me aanmeldde), onder meer een grote set pauken, een vibrafoon, marimba, en xylofoon; een klokkenspel, houtblokjes en uiteraard trommels in alle soorten en maten. Daarvoor zaten de grote blazers, de trombones, de trompetten, de hoorns, de saxofoons, de klarinetten, hobo’s en fagotten en helemaal vooraan de fluitisten. Een paar dagen heb ik getwijfeld en tegen mezelf gezegd dat ik dit soort prestatiedruk niet meer nodig heb op mijn leeftijd, maar de dirigent en mijn medemuzikanten waren aardig en stelden me op mijn gemak met een verzachtend ‘neem de tijd, het komt goed.’

Inmiddels zijn er een aantal repetities achter de rug en begin ik het leuk te vinden, wat niet wil zeggen dat ik er al ben. Meegevoerd worden door zo’n groot orkest terwijl we spelen, is niet alleen nieuw, maar ook zalvend. Je ontmoet nieuwe mensen en het gaat eens niet over de vreselijke toestanden in dit land en de rest van de wereld. Als er iets was wat ik nodig had, was dat het wel.

Het ritme van thuis dagelijks de dwarsfluit uit de koffer halen en gericht stukken en passages onder handen nemen geeft mijn leven nieuwe zin. Of de buren er net zo blij mee zijn, weet ik niet. In de auto luister ik naar de stukken in een playlist om ze goed te leren kennen. Langzaam maar zeker is muziek maken weer belangrijk in mijn leven. Heerlijk!

Zodanig ben ik ermee bezig dat het wellicht tijd wordt om een beetje gas terug te nemen, voor mijn eigen gezondheid. Vannacht uitte het zich in een paniekerige droom waaruit ik vol verbazing wakker werd:


De repetitie begint. Iedereen neemt plaats achter zijn muziekstandaard. De een gebruikt een ouderwetse multomap, de ander een groot tablet. Om me heen is iedereen zijn instrument aan het warmblazen, een kakafonie van geluid. Ik heb mijn fluitkoffer op mijn schoot en als ik hem openklik, schrik ik: er zit niets in. Wat? Hoe kan dat nou? Heb ik hem thuis laten liggen? Nee!

Ik kijk mijn buurvrouw aan, die de paniek in mijn ogen ziet.

‘Hij is leeg,’ zeg ik. ‘Ik snap er niets van.’

‘Oh boy,’ zegt ze en haalt haar schouders op.

Ik zit als een standbeeld naar mijn lege koffer te staren en kom langzaam tot het besef dat ik wel weer op kan stappen. Ik doe mijn multomap weer in mijn rugzak.

‘Wacht,’ zegt ze. ‘Je kan deze wel gebruiken.’ Ze tovert een ouderwetse houten dwarsfluit tevoorschijn, één die bovendien belachelijk veel groter lijkt dan de moderne.

‘Oké,’ zeg ik en pak hem aan. Ik probeer er geluid uit te krijgen. Mijn vingers moeten verder uit elkaar op de gaten, want deze fluit is niet alleen groter maar heeft gaten in plaats van kleppen. Het lukt me een beetje, behalve de onderste twee. Die tonen krijg ik er niet uit.

De dirigent tikt op zijn lessenaar en roept iedereen tot de orde. ‘Mag ik een Bes horen van iedereen?’ vraagt hij. Niet iedereen luistert meteen.

‘Ik krijg die D en C er niet uit,’ zeg ik tegen mijn buurvrouw.

‘Weet ik,’ zegt ze, ‘dat heb ik ook altijd.’ Ze zet haar dwarsfluit aan haar mond en speelt een mooie ronde Bes.

Ik probeer nog een paar keer om op het ding te spelen, maar het lukt me niet. Dan leg ik hem op de grond en geef het op.

Het volgende moment kom ik thuis. Het is niet ons huis, maar een of ander basement. Als ik de gang inloop, staat mijn dwarsfluit te glimmen in zijn standaard.

‘Nou, dat was lekker handig van me,’ roep ik naar Geno, mijn man. Ik hoor vaag iets terug vanuit zijn kamer en begrijp dat hij de fluit daar voor mij heeft klaargezet, voor als ik hem op zou komen halen. Maar ik ga niet meer terug. Het is een half uur rijden, dus heb ik dan al een uur gemist.

Ik zak in een stoel, pak mijn dwarsfluit en speel wat toonladders. Dan zie ik uit mijn ooghoek ineens mijn andere dwarsfluit, die ik jaren geleden inruilde. O ja, die had ik ook nog, bedenk ik. Laat ik daar weer eens op spelen. Aanvankelijk speelt het lekker, maar dan weet ik weer waarom ik hem inruilde en grijp terug naar mijn nieuwe. Die is veel zuiverder.

Ik speel een drietoon, C-F-C. Van een lage C naar een hoge C met een F ertussen. Ik herhaal de drietoon. Hij klinkt goed. Zuiver. Zie je wel, mijn oude geluid is weer helemaal terug. Ik blijf hem spelen, steeds diezelfde drietoon.

Dan word ik wakker en op dat moment gaat mijn alarm af. Het is 6 uur. De drietoon op mijn fluit gaat naadloos over in de drietoon van mijn alarm: C-F-C, dezelfde noten, eindeloos herhalend.

Ik lig verbouwereerd in bed te luisteren. Geno kreunt en trekt het laken over zijn hoofd. ‘Ziggy, stop!’ roep ik, want wij noemen onze Alexa Ziggy.


Later was ik bezig te bedenken hoe zoiets kan. Toen besloot ik er deze blog over te schrijven. Mijn hersens wisten dat het alarm ging komen en in mijn droom speelde ik het al op mijn dwarsfluit. Maar hoe werkt dat, met zulke perfecte timing?

Het is natuurlijk niet uniek. Mensen worden wel vaker vlak voor het alarm wakker. Mijn droom maakte het een beetje unieker.

Ik herinner me in de tijd van de wekkerradio dat ik een keer wakker werd vlak voordat hij afging met een liedje in mijn hoofd. Toen de wekker afging, was dat liedje op de radio.

Wil je jouw ervaring delen of heb je er iets zinnigs over te zeggen? Dan hoor ik het graag.

https://www.psdesertwinds.org/

Als je mijn blogs leuk vindt, klik dan eens op mijn fictie en non-fictie op deze website.